(wettelijke verdeling, erfrecht langstlevende, ongedaanmaking wettelijke verdeling, wilsrechten)
Toon en Carolien hebben 2 kinderen: Karel en Susan. Zij wonen al jaren in een mooi ruim huis in Etten-Leur. Het huis heeft een grote overwaarde. De hypotheek is bijna afgelost. De spaarrekening laat een mooi saldo zien. Toon en Carolien zijn ongemerkt in goeden doen geraakt. Alhoewel zij af en toe over een testament hebben nagedacht hebben zij nooit de stap genomen om eens bij een notaris langs te gaan om een testament op te laten stellen.
Plotseling overlijdt Carolien.
Nadat de uitvaart is geregeld, maakt Toon een afspraak met mijn receptioniste. Twee dagen later ontvang ik hem met een kop koffie. Toon legt de situatie voor en heeft een aantal vragen.
Toon vraagt als eerste hoe het wettelijk erfrecht is geregeld. Hij heeft wel eens gehoord over het nieuwe erfrecht, maar weet eigenlijk niet hoe het is geregeld.
Ik leg hem uit:
“Het erfrecht is op 1 januari 2003 aangepast. Zonder testament geldt de wettelijke verdeling. De overblijvende echtgenoot krijgt de hele nalatenschap. De kinderen krijgen hun erfdeel niet in handen. Hun erfdeel wordt omgerekend in een geldbedrag. Zij krijgen hiervoor een geldvordering op de langstlevende echtgenoot. De kinderen kunnen hun geldvordering pas opeisen bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot of bij zijn faillissement/schuldsanering. Over de vordering wordt een rentepercentage vergoed ter correctie van de inflatie”.
Toon knikt en begrijpt dus dat hij eigenaar van de woning en van alle overige bezittingen is en dat hij “op papier”een bedrag schuldig is aan de kinderen ter grootte van hun erfdeel. Hij is de enige eigenaar van de woning en hij zou het huis kunnen verkopen.
“Moeten er successierechten betaald worden ?” vraagt hij vervolgens.
Ik vertel hem: “In principe is er belasting verschuldigd over alles wat wordt verkregen krachtens erfrecht: het successierecht. Er zijn wel enige vrijstellingen. De tarieven voor kinderen en echtgenoten beginnen bij 5 procent en lopen bij grote vermogens op tot maximaal 27 procent. In het algemeen geldt hoe verder verwijderd in bloedverwantschap hoe hoger de tarieven. Alle bezittingen moeten worden opgegeven. Aftrekbaar zijn de schulden en de begrafenis- of crematiekosten. Over de erfdelen van de kinderen moet successierechten worden betaald, ook al krijgen ze het erfdeel niet in handen. De langstlevende ouder moet de successierechten voorschieten voor de kinderen.”
Toon vertelt vervolgens dat hij en Carolien van plan waren om kleiner te gaan wonen. Ondanks het overlijden van Carolien wil hij de plannen om kleiner te gaan wonen toch voortzetten. Zijn dochter Susan wil het ouderlijk huis graag kopen.
Ik vertel hem over de ongedaanmaking van de wettelijke verdeling: “Door toepassing de wettelijke verdeling is de langstlevende de enige eigenaar. De langstlevende kan de woning ook verkopen. Iedere koper moet over de koopprijs overdrachtsbelasting betalen. Zelfs al wordt het huis aan dochter Susan verkocht.
Er is echter een mogelijkheid om de betaling van de overdrachtsbelasting door Susan te voorkomen. Daarvoor is het noodzakelijk dat de langstlevende echtgenoot de wettelijke verdeling ongedaan maakt. Binnen drie maanden na het overlijden van Carolien moet dat geregeld zijn in een notariële akte.
Als Susan serieus van plan is om de woning te kopen moeten we de akte snel opstellen, want dat scheelt toch 6 procent overdrachtsbelasting over de waarde van de woning.”
“Toch veel waar ik rekening mee moet houden. Zijn er nog meer bijzonderheden over het nieuwe erfrecht?” vraagt Toon.
“Door de wettelijke verdeling komen alle goederen van de nalatenschap bij de langstlevende echtgenoot terecht. Als deze daarna hertrouwt, gaan bij zijn overlijden – mogelijk- alle goederen naar de tweede echtgenoot. Bij diens overlijden erven de kinderen niets. Hierdoor bestaat het gevaar dat alle goederen bij een stieffamilie terechtkomen. Daarom hebben de kinderen de mogelijkheid hun eigen positie te versterken. Zij kunnen een beroep doen op een zogenaamd wilsrecht. Als de kinderen een wilsrecht inroepen, krijgen zij goederen in eigendom ter waarde van de vordering die zij hebben op de langstlevende ouder. Maar: al krijgen de kinderen nu goederen in eigendom, de langstlevende echtgenoot mag tijdens zijn leven de goederen blijven gebruiken. Dat wordt vruchtgebruik genoemd.”
Toon is veel wijzer geworden en gaat naar huis om dit allemaal eens op een rijtje te zetten en met de kinderen te overleggen.
Hebt u vragen over erfrecht en/of testamenten? Neem contact op!
Notaris Greving
Etten-Leur
(uitsluitingsclausule, privé-clausule, voogdij, testament)
Simon en Judith hebben 3 kinderen: Karel, Yvonne en Jasper. Sinds hun huwelijk in 1961 wonen zij in een mooi ruim huis in Etten-Leur. Vlak na de geboorte van de jongste zoon zijn zij bij de notaris geweest om een testament op te stellen. De notaris had ze toen ook aangeraden om een voogd aan te wijzen.
Karel, Yvonne en Jasper zijn volwassen geworden en hebben zelf ook kinderen.
Af en toe beseffen Simon en Judith dat hun testamenten moeten worden nagekeken en misschien moeten worden aangepast. Bij de wijziging van het erfrecht in het jaar 2003 was dat ook eens ter sprake gekomen, maar ze hadden de afspraak steeds uitgesteld. Onverwacht overlijdt Judith.
Nadat de uitvaart is geregeld, maakt Simon een afspraak met mijn receptioniste. Twee dagen later ontvang ik hem met een kopje koffie. Simon legt de situatie voor en overhandigt het testament van Judith. Vervolgens heeft hij een aantal vragen.
Simon vraagt als eerste hoe het erfrecht is geregeld.
Ik leg uit:
“Het erfrecht is op 1 januari 2003 aangepast. Testamenten van voor 2003 blijven gelden. Het kan echter zijn dat het testament na 1 januari 2003 anders uitgelegd moet worden of dat de fiscale gevolgen zijn veranderd.
Het testament van Judith was opgemaakt in 1968, dus toch al meer dan 30 jaar oud. Ik moet de inhoud eerst bestuderen, zodat ik de gevolgen kan overzien.”
Ik lees het testament door en vertel aan Simon dat het een zogenaamd “langstlevendentestament” is. Dat houdt in dat de overblijvende echtgenoot de hele nalatenschap krijgt. De kinderen krijgen hun erfdeel niet in handen. Hun erfdeel wordt omgerekend in een geldbedrag. Zij krijgen hiervoor een geldvordering op de langstlevende echtgenoot. De kinderen kunnen hun geldvordering pas opeisen bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot of bij diens faillissement/schuldsanering”.
Simon knikt en begrijpt dus dat hij eigenaar van de woning en van alle overige bezittingen is en dat hij “op papier”een bedrag schuldig is aan de kinderen ter grootte van hun erfdeel.
“Wat staat er nog meer in het testament?” vraagt hij vervolgens belangstellend.
“Ik zie dat er een zogenaamde “uitsluitingsclausule” is opgenomen. Dat beschermt de eigen kinderen bij echtscheiding. Het erfdeel komt dan niet bij de partner van de kinderen terecht. De koude kant heeft geen recht op de erfenis bij echtscheiding. De voogdijbepalingen werken niet, omdat de kinderen volwassen zijn”.
Simon is veel wijzer geworden en gaat naar huis om dit allemaal eens aan de kinderen uit te leggen.
Hebt u vragen over erfrecht en/of testamenten? Neem contact op!
Notaris Greving
Etten-Leur